De digitale euro komt er. U heeft er niet om gevraagd.

De digitale euro is geen toekomstmuziek meer. Op 9 juli 2026 stemde het Europees Parlement in Straatsburg met 416 tegen 169 stemmen voor het onderhandelingsmandaat voor deze Central Bank Digital Currency van de Europese Centrale Bank. Daarmee is de laatste politieke horde genomen.

Twee jaar geleden schreven wij al over de vraag of Paraguay een CBDC zou invoeren. Onze conclusie was destijds duidelijk: in Paraguay viel geen introductie te verwachten, terwijl de digitale munt in Nederland hoe dan ook zou worden doorgedrukt. Niet omdat de bevolking erom vroeg, maar juist omdat het draagvlak ontbrak.

In dit artikel

Wat staat er in het onderhandelingsmandaat?

De term ‘onderhandelingsmandaat’ klinkt abstracter dan hij in werkelijkheid is. Met deze stemming heeft het Europees Parlement zijn definitieve positie over de wetgeving rond de digitale euro vastgesteld. Daarmee kunnen de trilogen beginnen: de slotonderhandelingen tussen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie over de uiteindelijke wettekst.

Rechtse fracties hadden de beslissing nog uit de commissiekamer naar de plenaire zaal weten te halen, in een laatste poging het project te vertragen. Die poging heeft het proces niet kunnen stoppen.

Volgens de positie van het Europees Parlement wordt de digitale euro uitgegeven door de ECB en verspreid via banken en betaaldienstverleners. De meeste winkeliers worden verplicht de munt te accepteren.

Er komt een maximale aanhoudlimiet per persoon, maar de hoogte daarvan wordt niet in de wet vastgelegd. De Europese Commissie bepaalt de limiet later, op advies van de ECB.

De digitale euro draagt geen rente en mag niet als spaarmiddel worden gebruikt. Bedrijven mogen ontvangen digitale euro’s maximaal 24 uur aanhouden. Betalen moet zowel online als offline mogelijk worden.

Na de definitieve goedkeuring volgt een invoeringsperiode van minimaal 24 maanden. Rapporteur Fernando Navarrete benadrukt dat de digitale euro contant geld moet aanvullen en niet vervangen. Het mandaat bevat bovendien bepalingen die lidstaten verplichten contant geld toegankelijk te houden.

Lees die voorwaarden vervolgens nog eens met andere ogen.

Een munt die winkeliers verplicht moeten accepteren. Een limiet op uw tegoed waarvan de hoogte niet in de wet staat, maar wordt overgelaten aan de Europese Commissie. En schriftelijke garanties over contant geld van dezelfde instituties die het digitale betalingsverkeer de afgelopen twintig jaar actief hebben gestimuleerd.

De onderhandelingen moeten eind 2026 zijn afgerond. Vervolgens plant de ECB een pilot in 2027. Vanaf 2029 moet de digitale euro in uw portemonnee zitten.

Of nauwkeuriger gezegd: uw portemonnee moet dan bij de ECB liggen.

Vier beloftes over de digitale euro

De argumenten waarmee de digitale euro wordt verkocht, zijn inmiddels bekend. Econoom Daniel Lacalle publiceerde deze week een analyse waarin hij de vier belangrijkste argumenten van de ECB stuk voor stuk onderzoekt.

Zijn conclusie is vernietigend en verdient daarom een nadere bespreking.

1. Efficiënter betalingsverkeer

De eerste belofte is efficiëntie. De digitale euro zou betalingen sneller en goedkoper maken.

Europa beschikt echter al over directe betalingen, meerdere kaartnetwerken en een uitgebreid netwerk van private betaaldienstverleners. Het probleem dat een gecentraliseerde ECB-rekening zou moeten oplossen, is door de markt grotendeels al opgelost.

De consument kan vandaag binnen enkele seconden geld overmaken, digitaal afrekenen en internationaal betalen. De toegevoegde waarde van een nieuwe centrale infrastructuur blijft daarmee onduidelijk.

2. Europese monetaire soevereiniteit

Het tweede argument is monetaire soevereiniteit. Europa zou te afhankelijk zijn van Amerikaanse betaalbedrijven zoals Visa en Mastercard.

Lacalle draait dit argument om. Een munt verdient haar status door vertrouwen en vrijwillige vraag, niet door wettelijke verplichting. Als de ECB werkelijk vertrouwen had in het eigen product, zou zij de digitale euro kunnen uitgeven en burgers zelf laten bepalen of zij hem willen gebruiken.

Dat in plaats daarvan wetgeving, verplichte acceptatie en de status van wettig betaalmiddel nodig zijn, is geen bewijs van kracht. Het is een teken van zwakte.

3. Financiële inclusie

De derde belofte is financiële inclusie. De digitale euro zou mensen zonder bankrekening toegang geven tot het financiële systeem.

Financiële uitsluiting in Europa ontstaat echter niet door een tekort aan betaalapps. Zij wordt vooral veroorzaakt door regelgeving, belastingdruk en economische stagnatie.

Een verplichte wallet die aan een digitale identiteit wordt gekoppeld, verandert niets aan die fundamentele oorzaken. Zij maakt de burger hooguit afhankelijker van dezelfde digitale en institutionele infrastructuur waarvan hij eerder was uitgesloten.

4. Privacy

De vierde belofte is de meest cynische: privacy. De digitale euro zou meer privacy bieden dan de huidige bankpas.

Laten wij eerst precies zijn, want dit punt verdient zorgvuldigheid, ook technisch. Op papier is de digitale euro géén programmeerbaar geld. Artikel 24 van de conceptverordening verbiedt dat expliciet, en de ECB benadrukt het zelf in haar eigen communicatie. De ECB bevestigt bovendien dat de kernledger niet op blockchain of smart contracts draait, maar een gecentraliseerd, bewust eenvoudig systeem is dat alleen saldi bijhoudt en afwikkelt. Wie beweert dat die kernledger zelf programmeerbaar wordt, zegt iets dat niet klopt met het huidige ontwerp.

Maar diezelfde verordening staat ‘conditionele betalingen’ uitdrukkelijk toe: betalingen die automatisch worden uitgevoerd zodra vooraf bepaalde voorwaarden zijn vervuld. Die logica draait niet in de kernledger van de ECB, maar bij de banken en betaaldienstverleners die uw rekening beheren. Dat is precies waar de ECB haar eigen pilot mee testte: niet in haar eigen systeem, maar bij tientallen banken en fintechs die de conditionele laag aan hun kant bouwen.

Dat verandert de vraag, niet het risico. De slimme, conditionele laag hoeft niet nog gebouwd te worden: die bestaat al en werkt al, bij gereguleerde partijen. De vraag is dus niet of de ECB haar kernledger ooit programmeerbaar maakt. De vraag is welke voorwaarden een bank wettelijk mag koppelen aan uw saldo via die allang functionerende laag. Denk aan een limiet op ‘excessief’ brandstofverbruik of het blokkeren van politiek onwelgevallige uitgaven. Dat is geen kwestie van jaren aan architectuurwerk bij de ECB, maar van een regel die een toezichthouder aan banken oplegt.

En een wettelijke grens is precies het soort grens dat verschuift zodra het politiek uitkomt. Dat hebben wij in Nederland gezien bij de motie over de Europese digitale identiteit. Wie de geschiedenis van centrale banken kent, weet dat mogelijkheden vroeg of laat worden gebruikt, niet omdat de techniek verandert, maar omdat de regels dat doen.

Correctie: een eerdere versie van deze alinea suggereerde dat de ECB haar eigen kernsysteem met een simpele wetswijziging programmeerbaar zou kunnen maken. Dat is technisch onjuist en is hierboven gecorrigeerd. Dank aan een oplettende lezer.

Uw bank wordt een filiaal van de ECB

Lacalle wijst daarnaast op een onderwerp dat in de Nederlandse berichtgeving nauwelijks aandacht krijgt: de toekomstige positie van commerciële banken.

Vandaag staan uw deposito’s bij een commerciële bank. Die bank vormt een buffer tussen u en de monetaire autoriteit. Met een retail-CBDC staat uw rekening in feite bij de centrale bank zelf.

Commerciële banken worden daarmee gedegradeerd tot filialen van de ECB. Private kredietverlening aan gezinnen en ondernemingen wordt verdrongen, terwijl monetair en begrotingsbeleid steeds verder in elkaar schuiven.

De spaarder en de voorzichtige belegger dreigen daarvan de belangrijkste verliezers te worden.

In ECB-kringen circuleert al jaren een aanhoudlimiet van ongeveer €3.000 per persoon. Die limiet moet voorkomen dat spaarders hun bankdeposito’s massaal naar de ECB verplaatsen.

Dat bedrag is politiek, niet economisch. Bovendien legt het onderhandelingsmandaat de hoogte van de limiet niet vast. De bevoegdheid wordt bij de Europese Commissie neergelegd.

Wie de knop beheert, bepaalt uiteindelijk de limiet.

Lacalle vat het resultaat samen als een munt die eenvoudiger te gebruiken is, moeilijker te ontvluchten en kwetsbaarder voor politieke willekeur.

Surveillance, vermomd als geld.

Een digitale euro zonder maatschappelijk draagvlak

Als ergens is bewezen dat deze infrastructuur met of zonder instemming van de bevolking wordt ingevoerd, dan is het in Den Haag.

Herinnert u zich Alexandra van Huffelen nog?

In december 2022 nam de Tweede Kamer met 76 stemmen de motie-Leijten aan. De regering mocht in Brussel niet instemmen met de Europese digitale identiteit, de eID. De zorgen waren breed en duidelijk: dataopslag, veiligheid en de ontwikkeling naar één Europees identificatienummer.

De staatssecretaris stemde in Brussel desondanks voor.

Haar verdediging was dat een tegenstem Nederland buiten de verdere onderhandelingen zou plaatsen. Daarnaast zag zij inhoudelijk geen aanleiding om de motie uit te voeren. Later verklaarde zij openlijk dat het kabinet zelf achter het Europese voorstel stond.

In het interpellatiedebat dat volgde, spraken Kamerleden van een regelrechte schoffering van het parlement. Pieter Omtzigt stelde daarbij de enige vraag die er werkelijk toe doet: als een parlementaire meerderheid kan worden genegeerd, wat is de Tweede Kamer dan nog meer dan een debatclub, terwijl de besluiten elders worden genomen?

De eID-affaire is relevant voor de digitale euro omdat de digitale identiteit de fundering vormt waarop de digitale euro wordt gebouwd.

Zonder digitale identiteit geen identiteitsgekoppelde wallet. Zonder identiteitsgekoppelde wallet geen sluitend koppelpunt tussen uw saldo en de voorwaarden die een bank daar wettelijk aan mag verbinden.

De eID en de CBDC zijn daarom geen afzonderlijke dossiers. Het zijn twee verdiepingen van hetzelfde gebouw. De fundering is tegen de uitdrukkelijke wil van de volksvertegenwoordiging in gestort. Het bouwwerk wordt nu verder afgemaakt.

Draagvlak onder de bevolking is nooit gevraagd en nooit gegeven. Er is geen referendum gehouden. Er was geen mandaat van de kiezer en geen verkiezingsprogramma waarin de digitale euro als belangrijk speerpunt werd gepresenteerd.

Er is alleen een tijdlijn.

CBDC in Paraguay: vijf jaar onderzoek, geen invoering

Terug naar de vraag uit ons eerdere blog: komt er een CBDC in Paraguay?

Wij beloofden u toen eerlijkheid. Die krijgt u ook nu.

De Banco Central del Paraguay staat op internationale CBDC-trackers officieel geregistreerd in de onderzoeksfase. In 2021 keurde de centrale bank via Resolución 7/21 het reglement goed voor een werkgroep digitale munt.

Het doel van deze werkgroep was het volgen van internationale CBDC-ontwikkelingen. Vervolgens publiceerde de centrale bank een informatief rapport en organiseerde zij twee conferenties.

Daar is het bij gebleven.

Er kwam geen proof of concept, geen pilot en geen wetsvoorstel. Na vijf jaar onderzoek zijn er nog altijd geen concrete stappen richting invoering gezet.

De eigen studie van de centrale bank concludeerde bovendien dat alleen een CBDC zonder gebruiksbeperkingen binnen het Paraguayaanse monetaire beleid past. Juist die variant is technisch het moeilijkst om in te voeren.

De guaraní, de dollar en monetaire vrijheid

Over de juridische werkelijkheid in Paraguay moeten wij precies zijn. Juist die werkelijkheid maakt het land interessant.

De guaraní is de oudste nog circulerende munt van Zuid-Amerika. Volgens de organieke wet van de centrale bank en de Paraguayaanse grondwet is de guaraní het enige officiële wettige betaalmiddel van het land.

Tegelijkertijd bepaalt wet 434/94 dat contracten in vreemde valuta volledig geldig en afdwingbaar zijn in de overeengekomen munt. Dat geldt ook voor hypotheken en andere zekerheden.

Daarom kunt u in Paraguay een woning of stuk grond in Amerikaanse dollars kopen en de transactie ook daadwerkelijk in dollars afrekenen.

Laat dat verschil even bezinken.

Brussel wil de positie van zijn digitale munt beschermen met wetgeving, verplichte acceptatie en centrale controle. Paraguay laat burgers en ondernemingen in de praktijk vrij om contracten af te sluiten in de valuta van hun keuze.

Guaraní of dollar: beide zijn mogelijk.

Monetaire soevereiniteit door vrijheid in plaats van dwang. Precies het punt dat Lacalle maakt.

Banken stimuleren rekeningen, de straat betaalt contant

Wie de situatie kritisch bekijkt, ziet in Paraguay wel degelijk ontwikkelingen op een ander terrein.

De centrale bank moderniseert de betaalinfrastructuur in hoog tempo. Directe betalingen via het SIPAP-systeem groeien sterk. Er komt een nationale QR-hub en de limieten voor directe overboekingen zijn dit voorjaar verhoogd.

Tegelijkertijd voeren banken campagne om meer Paraguayanen richting een bankrekening te bewegen. Onder de vlag van financiële inclusie wordt deelname aan het formele financiële systeem actief gestimuleerd.

De bankenvereniging meldt dat inmiddels bijna acht op de tien volwassenen minimaal één financieel product hebben. Dat is ruim een verdubbeling in tien jaar.

Sinds 2014 bestaat er een nationale strategie voor financiële inclusie. Er is een jaarlijkse actieweek en het IMF complimenteert de regering tijdens landenbezoeken met de voortgang op het gebied van formalisering.

De Wereldbank is terughoudender dan de bankenlobby. Volgens de Global Findex heeft 61% van de Paraguayanen een rekening en spaart slechts 20% bij een formele financiële instelling.

Daartegenover staat de werkelijkheid van de straat.

Ongeveer zes op de tien werkende Paraguayanen zijn werkzaam in de informele economie. Zij hebben geen belastingregistratie, dragen niet af aan een pensioenstelsel en ontvangen geen formele loonstrook.

In de bouwsector gaat het zelfs om meer dan acht op de tien werknemers.

De informele economie is in Paraguay geen randverschijnsel. Het is een parallelle samenleving waarin ruim anderhalf miljoen mensen wonen, werken, bouwen en handel drijven.

Een auto, een ziekenhuisrekening of het loon van een bouwvakker: veel transacties worden rechtstreeks handje contantje voldaan.

Die economie kan een centrale bank niet eenvoudig digitaliseren. Zij laat zich immers nauwelijks registreren.

Het draaiboek achter de digitale euro

Een CBDC wordt nergens ter wereld van de ene op de andere dag per decreet ingevoerd. Daar gaat een herkenbaar proces aan vooraf.

Het begint met financiële inclusie: zorg dat iedere burger over een rekening of wallet beschikt en presenteer dit als armoedebestrijding.

Vervolgens wordt het betalingsverkeer gedigitaliseerd met QR-codes, directe betalingen en apps. Dat wordt verkocht als gemak en efficiëntie.

Daarna volgt de formalisering van de economie via verplichte registratie en elektronische facturatie. Dat heet vooruitgang en verbetering van de belastingmoraal.

Vervolgens wordt contant geld stap voor stap gemarginaliseerd, doorgaans onder verwijzing naar hygiëne, veiligheid en misdaadbestrijding.

Pas wanneer deze infrastructuur volledig staat, wordt de centraal beheerde digitale munt als sluitstuk toegevoegd. Met daaraan gekoppeld een laag bij de banken die vandaag al conditionele betalingen aankan, en morgen net zo goed andere voorwaarden, als de wet dat toestaat.

Wie dan nog bezwaar maakt, krijgt te horen dat er feitelijk nauwelijks iets verandert. U betaalde immers al digitaal.

Kijk vervolgens naar de partijen die in Paraguay aan tafel zitten.

Bij de CBDC-conferenties van de centrale bank waren het IMF en de Bank for International Settlements de belangrijkste sprekers. De Paraguayaanse regering ondertekende in 2021 bij het World Economic Forum een akkoord met Microsoft om het contact tussen burger en overheid te digitaliseren.

Ook het IMF benadrukt in zijn landenrapporten voortdurend dat Paraguay de economie verder moet formaliseren.

De spelers zijn dus dezelfde als in Brussel. Ook het draaiboek is hetzelfde.

Het verschil zit niet in de intentie, maar in de fase.

Europa heeft het traject vrijwel volledig doorlopen. Bijna iedereen bankiert digitaal, contant geld is gemarginaliseerd, de afhankelijkheid van de overheid is uitzonderlijk hoog, de digitale identiteit is wettelijk doorgedrukt en het sluitstuk ligt op de onderhandelingstafel.

Paraguay staat daarentegen nog aan het begin en beweegt aanzienlijk langzamer.

Er is nog een verschil, mogelijk het belangrijkste.

In Nederland werd de fundering gelegd terwijl het parlement nee zei. Dat had geen gevolgen.

In Paraguay moet de overheid eerst ruim anderhalf miljoen informele werkers registreren. Dat moet gebeuren in een land waar de staat erom bekendstaat moeite te hebben met de uitvoering van grote projecten.

Vervolgens moet diezelfde overheid een bevolking overtuigen die contant geld als vrijheid beschouwt en de guaraní als nationaal erfgoed ziet.

Wij beweren niet dat Paraguay voor altijd gevrijwaard blijft. De werkgroep bestaat, het IMF zit aan tafel en de campagnes voor financiële inclusie draaien.

Maar wie de uitvoeringskracht van de Paraguayaanse overheid kent, weet dat tussen ambitie en werkelijkheid een wereld van verschil kan liggen.

Dat is geen zwakte.

Voor u is het een buffer.

De digitale euro ontlopen? Maak een plan B

Nigeria voerde een CBDC in, waarna de bevolking de digitale munt massaal weigerde. Toen de overheid vervolgens contant geld schaars maakte om het gebruik af te dwingen, ontstonden chaos en protesten.

Ook Ecuador en Finland beëindigden hun experimenten zonder succes.

U kunt erop gokken dat de digitale euro hetzelfde lot wacht.

Hoop alleen is geen strategie.

Brussel heeft inmiddels laten zien dat een nee, van de Tweede Kamer of van de burger, weinig verandert aan de tijdlijn: een akkoord eind 2026, een pilot in 2027 en een uitrol vanaf 2029.

De verstandigste route is daarom een andere: zorg dat de gevolgen u zo min mogelijk raken.

Wie beschikt over een verblijfsvergunning als plan B, een fiscale structuur buiten de eurozone en vermogen in een land waar contant geld, dollarcontracten en particulier eigendom nog normaal zijn, leest een persbericht uit Straatsburg met andere ogen.

Niet met angst, maar met afstand.

Ga niet af op hetgeen wij vertellen, maar ontdek zelf: Paraguay moet u zien, ruiken en voelen voordat u een oordeel vormt.

Daarom organiseren wij in september 2026 opnieuw Expeditie Paraguay: een reis van tien dagen waarin u met ons meereist, met onze fiscalisten en ons netwerk aan tafel zit en zelf ervaart hoe een land functioneert waar de overheid u grotendeels met rust laat.

En waar u de rekening van het diner nog gewoon contant betaalt.

De digitale euro heeft een tijdlijn.

Uw plan B verdient er ook een.

Bekijk Expeditie Paraguay September

L

Over de auteur

Lester is mede-initatiefnemer van Project Paraguay en woont en werkt in Asunción. Hij helpt Nederlanders en Belgen met emigratie, verblijfsvergunningen, fiscale strategie en investeren in lokaal vastgoed, en schrijft over de ontwikkelingen die uw plan B raken.

Lees meer over Lester →


Bronnen

Lester Rietveld

Ik ben Drs. Ing. Lester Nicolaas Rietveld. Met diploma’s op zak in Technische Bedrijfskunde en Finance (Nyenrode) had ik zogenaamd alles behalve toekomstperspectief in Nederland. In datzelfde Nederland heb ik de jaren voorafgaand aan vertrek veel betekend in de alternative media zoals Blckbx, Gezond Verstand en ook De Andere Krant.

Mijn vrouw Anne en ik zagen o.a. hoe controlezucht, belastingdruk, oorlogszucht, woke en corruptie het leven daar steeds verder wurgen.

Dus maakten we een radicaal andere keuze: we vertrokken naar Paraguay. Niet uit impuls, maar uit overtuiging. Vrij, zelfstandig en met ruimte voor een groot gezin. Inmiddels zijn we trotse ouders van een gezonde zoon, geboren in Paraguay.

Project Paraguay is ontstaan uit onze reis en is inmiddels een beweging geworden. Wij helpen anderen om hetzelfde te doen: loskomen van systemen die hen niet meer dienen.

https://www.projectparaguay.nl
Vorige
Vorige

Ab Flipse over zijn vertrek naar Duitsland & reis naar Paraguay

Volgende
Volgende

Agenda 2030, de data die Den Haag liever niet laat zien. Duiding Jeroen Pols